Vraag 5:

De Rupel en haar bijrivieren waren in de heerlijkheid Rumst (11de-17de eeuw) een levensbelangrijke verkeersader, bron van inkomsten en bron van voedsel. Veerboten waren de belangrijkste manier om de rivieren over te steken. Later kwamen er ook bruggen (o.m. de brug in Boom over de Rupel en  de Walembrug over de Nete. Sinds 2002 verbinden ‘de blauwe bruggen’ de oevers van de Nete en Dijle, vlak voor die twee rivieren uitmonden in de Rupel. De bruggen heten officieel:

Het antwoord is fiets- en wandelbruggen Francis Van Den Eede. Initiatiefnemer was burgemeester Francis Van Den Eede. Hij zag in de brug een alternatief voor het veer Rumst-Heindonk dat in 1981 definitief was afgeschaft. 

Naar top