Struikelsteen voor Antoine De Winter

Antoine De Winter werd geboren in Rumst op 14 november 1902. Hij was jarenlang leraar aan de rijksmiddelbare school voor jongens in Boom. Antoine De Winter was gehuwd met Emilie Josepha De Bruyn en het echtpaar woonde samen met hun zoon Paul in de Veerstraat in Rumst.

Hij droeg persoonlijke vrijheid en vrijheid van denken en spreken hoog in het vaandel. Hij kon het niet aanzien hoe rondom hem landgenoten zich ten dienste stelden van de nazi-bezetter. Antoine nam geen blad voor de mond, hij kwam openlijk uit voor zijn overtuiging en vaderlandsliefde.

Antoine De Winter was ook lid van LOMO, een illegale leraarsbond van verzetsbeweging Onafhankelijkheidsfront. LOMO stencilde duizenden pamfletten en vlugschriften tegen de bezetter en het nazisme, die hun weg vonden naar schoolkernen, bedrijven en particulieren. Daarnaast was hij ook lid van het Geheim Leger, de grootste Belgische verzetsbeweging. Hij was er sectorbevelhebber met de rang van Kapitein.

Die activiteiten waren niet zonder gevaar, want tussen de zomer van 1942 en april 1943 wordt de organisatie bijna geheel van de kaart geveegd door arrestatiegolven. Het geheim leger verliest in totaal 4000 van zijn leden. Dat hoge aantal is te verklaren door de betrokkenheid van leden bij de sluikpers, ontsnappingslijnen, inlichtingsnetten en zelfs gewapende verzetsgroepen.

Antoine De Winter werd het slachtoffer van de meest laffe schandelijke daad, verklikking door een dorpsgenoot. Op 7 februari 1944 werd hij in zijn woning in Rumst aangehouden door de Gestapo. Zijn zoon Paul was getuige van de brutale en gewelddadige arrestatie. Zijn beide ouders moesten met hun gezicht tegen de muur staan met de armen in de lucht, terwijl vader Antoine slagen kreeg met geweerkolven. Moeder had juist confituur gemaakt en de potten stonden gevuld op tafel, de Duitsers sloegen ze van tafel met hun geweren en ze vielen stuk op de grond.

Antoine kwam uiteindelijk terecht in het concentratiekamp van Flossenbürg in de regio Oberpfalz (Beieren) in Duitsland.

Tot 1945 bevonden er zich 40.000 gevangenen in Flossenburg, waarvan 11.000 vrouwen. De gevangenen werden ingezet als dwangarbeiders in de steengroeven en in de wapenindustrie. Medegevangenen getuigden later over het gruwelkamp en het onmenselijke kampregime in Flossenburg. Op stelen, vluchten of werk weigeren stond de doodstraf. Flossenburg kent een streng regime, opstaan om 4.30 uur, slagen en stampen bij het aankleden en wassen, appél buiten en daarna ‘ontbijt’, één kopje ersatzkoffie voor zij die er één konden bemachtigen. ‘s Middags was er dunne soep, meestal van rode kool, maar er waren slechts 200 kommen per duizend man. ‘s Avonds kregen ze één snee brood. Veel gevangenen vermagerden zienderogen, lieten het hoofd zakken en teerden geheel weg. Gedurende de dag was er zware dwangarbeid, grondwerken en steenkappen, houtblokken zagen voor het crematorium onder erbarmelijke omstandigheden. Een gruwelijk werk was de dienst in het crematorium, waar de naakte lichamen liggen van de patriotten, weerstanders, saboteurs en werkweigeraars. Per 30 of 40 werden ze op wagens geladen, opgestapeld als vee om hun laatste tocht naar de oven aan te vangen. Mannen die overleden aan vlektyfus en tuberculose, mannen die doodgeslagen werden, gewurgd of opgehangen.

Het intellect en de jeugd van Europa die streed, leed en stierf voor de vrijheid. Antoine De Winter was één van deze stille helden, hij was één van de 1693 Belgen die het leven liet in het Kamp Flossenburg. Hij overleed er op 16 maart 1945.

In december 1945 had er een plechtige lijkdienst plaats voor Antoine De Winter in de Sint -Pieterskerk in Rumst. Later werd aan de rijksmiddelbare school in Boom een gedenkplaat voor hem onthuld en in Rumst kreeg Antoine De Winter een straatnaam als eerbetoon.  

Naar top