Lazaruskapel

Pieter Vandercruyse, een Rumstse officier van Karel De Stoute, keerde nadat hij door de melaatsheid was aangetast terug naar zijn geboorteplaats.
Maar vermits de melaatse zich niet naar de parochiekerk mocht begeven, en daarenboven uitgestoten was uit de gemeenschap, ontbrak het hem aan geestelijke bijstand. Pieter Vandercruyse trachtte dan ook vrij snel een eigen kapel te bekomen. Hij liet in 1460 een kapel bouwen, ter ere van de H.Lazarus (de wijk werd daarom Lazernij genoemd). Naast de kapel, een leprozenhuis, een soort verpleeghuis en in de omgeving melaatsenhutten(lazaretten). Dit blijkt uit een schrijven van keizer Karel uit 1531.

Dat de heilige Lazarus de patroonheilige was voor de melaatsengemeenschap van Rumst is geen uitzondering. Dit was ook zo voor o.a. Aalst, Beaumont, Bergen, Diest en Chièvres (heeft nog kapel uit 12de –13de eeuw).
Er bestaat nogal wat betwisting over welke Lazarus er nu in feite vereerd werd : de Lazarus uit de parabel van de rijke vrek, of de lazarus, die door Jezus uit het graf werd opgewekt.
De bewaard gebleven “Litanie van den heyligen Lazarus, Patroon der Lazarussen of Hospitaelen, voor Besmettelijke Ziekten” daterend van 1791 heeft het wel degelijk over ”H.Lazarus, broeder van Martha en Magdalena, van Jesus zeer bemind, bid voor ons. H.Lazarus, die al vier dagen in het graf gelegen hebbende, ja stinkende, van jesus bezogt zyt geweest, bid voor ons”.

 

Op 8 januari 1521 werd te Rumst de Confrerie der Melaatsen opgericht, waarvan de statuten werden bevestigd door de priorin Johanna van Schoonvorst van Terbank (Leuven).
Deze confrerie groepeerde de akkerzieken uit Brabant en Henegouwen. Zij oefende theoretisch een zeker toezicht uit op de akkerzieken en behartigde ook hun belangen. De statuten van Rumst verplichtten de leprozen alle jaren op de zondag voor 15 augustus (O.L.Vrouw Hemelvaart) aanwezig te zijn in de kapel te Rumst. Zij moesten onderling ook 4 dekens kiezen, die bevoegdheden kregen en o.a. ook boetes konden opleggen.
Deze statuten werden in 1531 bekrachtigd door keizer Karel V en later door Filips II en Filips IV.
In 1531 is er sprake van 110 melaatsen. Rond 1600 was het aantal sterk verminderd .
In 1600 werd de kapel fel geteisterd door de Staatse Troepen en in bedenkelijke toestand achtergelaten (Antwerpse Archieven). Het Lazarusdorp kwijnde weg maar de begankenis van augustus bleef bestaan. Uit een document van 1741, toen de melaatsheid al sterk was teruggelopen, blijkt toch dat de Dekens nog steeds de goederen van de kapel beheerden ( ze wonnen een rechtszaak). In 1783 werden Terzieken en Terbank gesloten. Rumst hing hiervan af.

 

Restauratie en overzicht van de kunstwerken

De kapel en de aanpalende woning werden gerestaureerd en opnieuw opengesteld in 1992.

Het gebouw is grotendeels hersteld in de staat waarin het zich bevond in deze eeuw, mits enkele esthetische ingrepen. De kapel en de lazernij – leprozenhuis zijn ontdaan van de dikke cementlaag zodat de structuur van de stenen terug te zien is. Het middenraam van de kapel is terug opengemaakt en men heeft geopteerd voor een sobere, middeleeuwse kapel en niet de barokke kapel, zoals ze was voor de restauratie. Over het algemeen wordt aangenomen dat het koor en het altaar nog dateren van 1460. Het overige gedeelte zou bijgebouwd en verbouwd zijn omstreeks 1580.

Van de woning en de stal zijn bewoonbare ruimten gemaakt, met behoud van de buitenmuren, de open haard en de muurschildering “Het Laatste Oordeel”. Tijdens de restauratiewerken zijn inderdaad sporen teruggevonden van vroegere bouwwerken evenals enkele scherven van glasramen(grisailles) waarschijnlijk uit de oudste periode.
Onder de vloer van de kapel zouden zich een massa graven bevinden, gezien de ligging van de enkele geraamten die men opgegraven heeft.

In de kapel bevonden zich op het altaar een geschilderd paneel in een houten, gemarmerde lijst en Onze Lieve Vrouw Hemelvaart voorstellend. Aan de muren 2 schilderijen waarvan het ene een kloosterlinge voorstelt en het andere Esther, knielend voor Assuerus (Xerxes I). Het Nationaal Hoger Instituut en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen o.l.v. de heer Eyskens heeft de restauratie van de 2 eerstgenoemde schilderijen op zich genomen. Deze werken behoren terug tot het interieur van de kapel.

Schilderij op hout (1.20m x 0,84m) : portret van een kloosterlinge, volgens sommigen toegeschreven aan Caspar De Crayer (1584-1669) één van de belangrijkste 17de eeuwse meesters, vooral kerkschilder.
Volgens de geschiedkundige kring Rumesta, die dit schilderij heeft voorgelegd aan kunsthistoricus Hans Vlieghe, zou dit portret 18de eeuws zijn en zeer zeker geen De Crayer.
De notabele familie Mertens, bij monde van Roger Mertens zegt dat dit portret door zijn familie aan de kapel is geschonken uit dankbaarheid .
Reden : zijn grootvader rechter Désiré Mertens (1860-1941) werd als leerling aan het Sint-Romboutscollege tijdens een ruzie ernstig gewond aan de Achillespees. De wonde werd chronisch en geen geneesmiddel bracht baat. Teneinde raad wendde men zich tot een non, die volksgeneeskunde beoefende. Zij genas hem.Uit dankbaarheid voor de genezing schonk de familie het portret aan de kapel, die in die tijd als bedevaartsoord voor hardnekkige huidkwalen bezocht werd. Over de schilder weet men niets.

Wat de kloosterlinge betreft veronderstelt men dat het een cisterciënzerzuster voorstelt (verwant aan de familie Mertens en non was in het klooster van Diest ). Dit klooster was afhankelijk van de grote abdij van Hemiksem. De non zou te Mechelen overleden zijn in 1814.
Waarschijnlijk heeft men altijd gedacht dat het een Caspar De Crayer is omdat hij veel cisterciënzers heeft geschilderd o.a. voor de abdij van Nazareth. Er wordt bovendien ook zeer dikwijls het verband gelegd met de cisterciënzerabdij van Roosdael – Walem o.a. door de heer Leegenhoek (expert-restaurateur )
Bron : jaarboek 1988 Rumesta over Caspar De Crayer

In de kapel bevinden zich ook 2 houten nissen (witgeschilderd in de 17de eeuw ?). Zij bevatten een Mechels Jezuskind uit de 16de eeuw en een Mechelse Sint-Anna-ten-Drieën van ca.1600. Deze 2 beelden werden in opdracht van het gemeentebestuur in 2016 gerestaureerd.

 

 Andere beelden zijn:

  • Groot Lazarusbeeld ,als melaatse gekleed met de voorgeschreven klep.
  •  Houten beeld uit de 2de helft van de 16de eeuw (bron: “Lepra in de Nederlanden”, Algemeen Rijksarchief Brussel 1989). De melaatsen waren verplicht een grauwe mantel met kap te dragen, een zwarte vilten hoed met lederen boordsel. Zij gingen uit bedelen, voorzien van een gaanstok met korte gaffel en een klep (klepper) die 50m.ver hoorbaar moest zijn.
  • Beeld van een leproos met omzwachteld been, gepolychromeerd door een gelegenheidsschilder. In de volksmond is dit “ de lokker” omdat het beeld opgesteld stond in de nis boven de kapeldeur.
  • Klein leprozenbeeldje met relikwie, waarschijnlijk van de H.Rochus, patroon tegen besmettelijke ziekten en huidaandoeningen. Dit beeldje is rond 1925 vervaardigd in vervanging van het oude, dat gans vermolmd was en in stukken uiteen viel. Dit beeldje is wel een getrouwe kopie van het oorspronkelijke. Met dit beeldje worden de bedevaarders gezegend na de mis op 15 augustus.
    In de volksmond is dit “ de snokker” (mensen geven iets als ze deze relikwie aanraken !).

Het leprozenhuis is voorzien van een muurschildering van “Het Laatste Oordeel”. Tekst gepubliceerd in “Cahier Muurschilderingen in Vlaanderen”, door Bestuur Monumenten en Landschappen, Brussel 1994.

De muurschilderingen die deze ruime zaal (ca.6 x 9m) als een omlopende fries sierden en waarvan resten werden weergevonden op de drie bewaarde oorspronkelijke muren, werden direct aansluitend op de restauratie gerealiseerd.
De belangrijkste schilderingen situeren zich op de noordelijke wand.
Centraal zien we een indrukwekkend Laatste Oordeel, (350 x 250 cm)met aan de rechterkant een levensgrote rijkelijk uitgedoste stichteres - donateur(120 x 250 cm).

Het Laatste Oordeel is nog geheel geschilderd in een laat-gotische vormentaal. Ook de decoratieve boord errond, samengesteld uit drie- en vierpasmotiefjes, bevestigt dit. Overeenkomstig het toen gangbare beeldtype wordt het complexe tafereel in het midden beheerst door een Christus op de regenboog en aardbol, die geflankeerd wordt door zwaard en lelie.
Rondom hem hangen vier bazuinspelende engelen die de talrijke doden op het voorplein doen verrijzen. (leprozen waren reeds ritueel dood verklaard). Zij worden gewogen door de heilige Michaël die de balans hanteert.
Aan de linkerzijde van Christus trekken de duivels de verdoemden in het zeer expressief geschilderd hellevuur dat bovenaan naar oude byzantijnse traditie bekroond wordt door een vuurrad.
De bemiddelende figuren zijn specifiek verbonden met de iconografie van deze leprozerie. Zo vinden we aan de linkerzijde een grote Lazarusfiguur die trouwens herkenbaar is aan de hond die hem vergezelt. Rechts, aan de zijde waar Christus de lanssteek in zijn zijde toont, staat een Maria met ontblote borst. Deze voorstelling gaat terug op een door de Augustijnerorden – waartoe de Priorij van Ter Bank behoorde en waarvan de regel tevens richtinggevend was voor de door haar geaccepteerde leprozen – een geliefd thema. Dit was ontleend aan een vermeende Meditatie van Sint Augustinus (“Positus in medio , quo me vertam nescio , hic pascor a vulnere , hic lactor ab unbere “).
Bij deze voorstelling wordt tevens de nadruk gelegd op Maria als moeder van de gehele mensheid hetgeen in verband staat met haar liefdadigheid en barmhartigheid. (Deze zeldzame iconografie vinden we ook terug in Het Laatste Oordeel dat Jan Provoost schilderde voor het stadhuis te Brugge.)
Achter Maria bevindt zich een groep gelukzaligen waaronder hoge geestelijken – of kerkvaders – die staan opgesteld voor het paradijs.

Deze schildering, die rechtstreeks op de geborstelde kalkbepleistering werd aangebracht, is uitgevoerd in een krachtige zwarte lijnvoering die efficiënt werd ingevuld met oker, rood en groen. Sporadisch werden nog enkele hoogsels aangebracht. De schilderingen, die moeilijk leesbaar waren door een zoutsluier, zijn gerestaureerd door de CV Support-Support.

Wat stijlkenmerken betreft is de kapel niet zo bijzonder . Belangrijk is wel dat de kapel, het leprozenhuis en de lazaretten in deze vorm het enig overblijfsel zijn van de akkerzieken in het Vlaams gedeelte. Akkerzieken zijn leprozen die geen onderkomen hadden in de stad , in een leprozenhuis, maar nog redelijk valide leprozen die zelfstandig konden wonen in huisjes of hutten op het platteland en konden - of moesten – gaan bedelen.

Het aanpalende woonhuis wordt nu gebruikt als atelier- en tentoonstellingsruimte. Keramiste Bie van Gucht heeft er haar atelier.

Tegenover de kapel en de hoeve zijn de voormalige lazaretten (leprozenkamers) gelegen. Het nummer 8 is ingericht als galerij van de Rumstse kunstenaarskring "Lazernij".

De Lazaruskapel en omgeving zijn beschermd als monument en dorpsgezicht.

 

Lazarusstraat, Rumst
beschermd bij KB van 08.09.1981

Deel deze pagina

Lazaruskapel

Openingsuren & contact

Cultuur

adres
Koningin Astridplein 122840 Rumst
Tel. tel.
03 880 00 93
Fax fax
03 844 32 32
e-mail