Leegstand van woningen

Aanvraag schrapping leegstandsregister

Aanvraag vrijstelling leegstandsregister

Beroep tegen inventarisatie in leegstand 

Wat is een leegstaande woning of gebouw?

Een woning of gebouw wordt als leegstaand beschouwd als het minstens 12 maanden niet gebruikt wordt zoals het hoort volgens de vergunning of melding.
Voorbeeld: een huis dat bedoeld is om in te wonen, maar al een jaar leegstaat, wordt als leegstaand beschouwd.

Als er geen vergunning of melding is, kijkt de gemeente naar hoe het gebouw vroeger gebruikt werd. Dat gebeurt op basis van documenten zoals aangiften of aktes.

Wat zijn de gevolgen?

Als jouw woning of gebouw 12 maanden leegstaat, komt het op het leegstandsregister van de gemeente. Vanaf dan moet je een belasting betalen. Zolang het gebouw op dat register blijft staan, moet je elk jaar opnieuw belasting betalen. De termijn begint telkens opnieuw te lopen na 12 maanden.

Hoeveel belasting moet je betalen?

De belasting stijgt elk jaar dat het gebouw leeg blijft. De bedragen zijn:

  • Na 1 jaar: 2.500 euro
  • Na 2 jaar: 5.000 euro
  • Na 3 jaar: 7.500 euro
  • Na 4 jaar en langer: 10.000 euro

Deze bedragen kunnen elk jaar aangepast worden aan de index.

Wat als je een leegstaand gebouw koopt?

Als je een woning of gebouw koopt dat op het leegstandsregister staat, moet de verkoper dit melden aan de gemeente. Dat gebeurt via een aangetekende brief of mail naar wonen@rumst.be met een kopie van de notariële akte, binnen 2 maanden na de verkoop. Als dat niet gebeurt, blijft de verkoper verantwoordelijk voor de eerstvolgende belasting.
Goed om te weten: als jij de nieuwe eigenaar bent, begint de termijn opnieuw te tellen vanaf de datum van de overdracht.

Kan je een vrijstelling krijgen?

Soms kan je een vrijstelling krijgen voor de belasting op verwaarlozing. Dat betekent dat je tijdelijk geen belasting moet betalen. De vrijstelling hangt af van je persoonlijke situatie of van de toestand van het gebouw. Hieronder lees je in welke gevallen je een vrijstelling kan aanvragen en welke bewijsstukken je nodig hebt.

Persoonsgebonden vrijstellingen

1. Verblijf in een zorgvoorziening
Je krijgt een vrijstelling van 3 jaar wanneer je:

  • in een erkende ouderenvoorziening verblijft,
  • in een zorgwoning woont, of
  • langdurig opgenomen bent in een psychiatrische instelling.

De vrijstelling start:

  • op de inventarisatiedatum, als je opname vóór die datum gebeurde, of
  • op de datum van opname, als dat later is.

Nodig bewijs: een attest van het verblijf of een melding van de zorgwoning.

2. Beperkte handelingsbekwaamheid
Je krijgt een vrijstelling van maximum 3 jaar wanneer een rechtbank heeft beslist dat je handelingsbekwaamheid beperkt is.
De vrijstelling start:

  • op de inventarisatiedatum, als de beslissing vóór die datum viel, of
  • op de datum van de beslissing, als dat later is.

Nodig bewijs: een afschrift van de gerechtelijke beslissing.

3. Grotere renovatie‑ of herbouwprojecten
Een eigenaar die meerdere woningen of gebouwen tegelijk wil renoveren of herbouwen in het kader van één groot sociaal project kan vrijstelling krijgen voor maximum 3 opeenvolgende jaren. Voorwaarde: je toont elk jaar de vooruitgang van het project aan.

Gebouwgebonden vrijstellingen

Een gebouw of woning kan een vrijstelling krijgen wanneer het:

1. Gerenoveerd wordt
Er zijn twee types renovatie, elk met een aparte vrijstelling:

a) Renovatie mét omgevingsvergunning

  • Je dient een geldige omgevingsvergunning in.
  • De vrijstelling geldt 3 jaar vanaf het moment dat de vergunning uitvoerbaar wordt.
  • Deze vrijstelling kan maar één keer worden toegekend per eigenaar en per woning/gebouw.

b) Renovatie zonder omgevingsvergunning

  • Je dient een renovatienota in.
  • De administratie moet deze eerst goedkeuren.
  • De vrijstelling geldt 3 jaar vanaf de goedkeuringsdatum.
  • Deze vrijstelling kan maar één keer worden toegekend per eigenaar en per woning/gebouw.

2. Gelegen binnen een goedgekeurd onteigeningsplan
Woningen of gebouwen die binnen de grenzen liggen van een onteigeningsplan krijgen een vrijstelling.

3. Niet meer kunnen worden vergund door een (voorlopig of definitief) onteigeningsplan
Als een omgevingsvergunning onmogelijk is door een vastgesteld onteigeningsplan, volgt een vrijstelling.

4. Beschermd erfgoed
Het gebouw is:

  • een beschermd monument, of
  • een beschermd stads- of dorpsgezicht, of
  • opgenomen in de inventaris van bouwkundig erfgoed.

De vrijstelling geldt 2 jaar. Voor beschermde monumenten kan deze periode worden verlengd als er een restauratiepremiedossier wordt ingediend. De vrijstelling loopt dan tot 3 jaar na het einde van de behandeling van dat dossier.

5. Vernield of beschadigd door een plotse ramp
De vrijstelling geldt 3 jaar vanaf de datum van de schade.

6. Niet kunnen gebruiken door verzegeling of gerechtelijke procedure
Een vrijstelling geldt wanneer het gebouw niet kan worden gebruikt door:

  • een verzegeling in een strafrechtelijk onderzoek,
  • een expertise in een gerechtelijke procedure,
  • een gelijkaardige procedure (bijvoorbeeld een verzekeringsonderzoek).

De vrijstelling start:

  • vanaf het begin van de onmogelijkheid tot gebruik, en loopt tot 2 jaar na het einde hiervan, als de procedure start na de registratie;
  • 2 jaar vanaf de registratiedatum, als de procedure al bezig was vóór de registratie.

Belangrijk: procedures over huurgeschillen tellen niet, tenzij de rechtbank effectief de woning verzegelt.
Nodig bewijs: documenten over de gerechtelijke procedure. Je moet de administratie spontaan op de hoogte houden van de voortgang.

7. Overeenkomst voor renovatie, verbetering of aanpassing
De woning maakt het voorwerp uit van een overeenkomst volgens artikel 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen (werken om de woning te verbeteren, renoveren of aanpassen).

8. Sociaal beheersrecht
De woning is opgenomen in een overeenkomst waarbij de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie het sociaal beheersrecht krijgt (art. 5.82 Vlaamse Codex Wonen).

9. Gedeeltelijke bewoning na een economische activiteit
Je krijgt een vrijstelling wanneer:

  • het gebouw vroeger vooral gebruikt werd voor een economische activiteit (bijvoorbeeld een winkel, atelier of praktijk),
  • de persoon die deze activiteit vroeger uitoefende nog steeds eigenaar is, en
  • deze persoon een deel van het gebouw zelf bewoont.

De vrijstelling blijft gelden zolang al deze voorwaarden vervuld blijven.

Voldoe je aan één van de vrijstellingsvoorwaarden in het belastingreglement, kan je een vrijstelling aanvragen. Dat doe je via het online formulier bovenaan deze pagina. Doe dit binnen de 30 dagen na de melding van opname in het register.

Wanneer wordt een woning geschrapt uit het leegstandsregister?

Een woning of gebouw wordt geschrapt als je kan bewijzen dat het minstens 6 maanden na elkaar gebruikt wordt zoals het hoort (bijvoorbeeld: het gebouw is bewoond). De gemeente controleert dit via het bevolkingsregister of eventueel met een plaatsbezoek. Doe je aanvraag tot schrapping via het online formulier bovenaan deze pagina.
Voorbeeld: vanaf het moment dat je opnieuw in je woning woont en dat minstens 6 maanden aan een stuk, kan je vragen om de woning te laten schrappen uit het leegstandsregister.

Naar top